

|
|
De hul is een driehoekvormig wit katoenen lapje met zwarte festonsteken aan de voorkant. Dit is het gedeelte wat direct op het hoofd zit en de festonsteken zijn op het voorhoofd zichtbaar.
|
|
|
De blenker is een half rondje van rode stof. Deze komt op de hul te liggen met de rechte kant boven de festonsteken, zodat de festonsteken er net onderuit te zien zijn.
|
|
|
De kaphul is een driehoek van fijn batist, met aan de voorkant een inzet van kant. De kaphul komt over de hul en de blenker te liggen, op zo'n manier dat de rode stof van de blenker door het kant en de batist schijnt. Dit samen vormt de voorkant van de kap.
|
|
|
De orenkap is van witte katoen, afgebiesd met een smal kantje. Dit komt over het achterhoofd, zodat de uiteinden van de voorkap bedekt zijn.
|
|
|
De muts is van mooi gebloemd katoen, afgebiesd met een langetteband (een soort sierband).
|



Mijn jeugd op het eiland Marken
Ik ben een Marker...
